Virtualisatie onder de streep

Virtualisatie onder de streep
door: Redactie NetworkWorld
21 mei 2008 - netwerkopslag
1  |  2  |  volgende

Het budget is krap. De prestaties kelderen. Je servers zijn allemaal bijna drie jaar oud en binnenkort gaat hun peperdure onderhoudscontract lopen. Wat ga je doen?

Als je denkt als Tim Hays, dan gebruik je het geld dat je anders was kwijt geweest aan onderhoud om niet alleen de prestaties te verbeteren, maar ook de IT efficiency, je laat het stroomverbruik en de kosten voor koeling met 45% dalen, en je maakt disaster recovery zo simpel als een druk op een knop. Met virtualisatie.

“Volgens mij ben ik in de eerste plaats een zakenman, en dan pas een IT-er,” zegt Hays, director of IT bij Lextron, een groothandelsdistributeur in diergeneesmiddelen met 600 werknemers op 44 lokaties in 19 van de Verenigde Staten. “Ik zie IT als een business enabler. Virtualisatie is niet iets waar we aan begonnen zijn omdat het het nieuwste buzz-woord was. Er waren heel goede economische redenen voor.”

Klein beginnen

Hays, die onlangs zijn verhaal hield op de Network World IT Roadmap Conference in Denver, is niet hals over kop de virtualisatie in gedoken. Zijn eerste kennismaking was in 2005, toen hij er achter kwam dat hij in drie jaar tijd 300.000 Amerikaanse dollars moest betalen voor het onderhoud van zijn drie Unix-servers en de daarop aangesloten opslageenheden. Allemaal nodig om zijn ERP, inventaris- en sales-management in de lucht te houden, alles bij elkaar dagelijks goed voor 1,75 miljoen dollar in verkooptransacties.

Op dat moment was virtualisatie à la VMware nog niet erg bekend. In plaats daarvan trok hij 300.000 dollar uit om de Unix-servers te vervangen door een PA-RISC-based HP-UX server met daarop HP’s Virtual Partition (vPAR) software, waarmee die ene server drie virtuele servers kon hosten. En hij plaatste een server op een Fibre Channel-based HP EVA 5000 opslagnetwerk. “Budgettair gezien konden we dat mooi tegen elkaar wegstrepen,” vertelt hij: de afschrijving op de nieuwe apparatuur was 100.000 dollar per jaar, wat hij ook kwijt zou zijn geweest aan onderhoud van de oude apparatuur.
Ondertussen liepen de reportages wel 30% tot 40% sneller, en namen de gebruikersklachten af. “Mensen hoefden minder lang op hun informatie te wachten en we waren meteen van het probleem af dat ons personeel meer van het systeem eiste dan het kon leveren,” zegt Hays.

Net op dat moment was het ook tijd voor het bedrijf om de ERP databases te upgraden, van Informix 7 to 9.4. “We hadden zo’n 1500 programma’s die we moesten testen op de nieuwe hardware, de nieuwe database, de nieuwe ontwikkelingstools en een nieuw besturingssysteem,” vertelt Hays. Door nieuwe apparatuur te kopen kon Hays alle nieuwe software installeren en het geheel zorgvuldig testen voor hij de overstap definitief liet maken. Toen zijn team er zeker van was dat alles zou werken, zetten ze simpelweg de gebruikers over van het oude naar het nieuwe systeem. Het hele proces, dat in het verleden makkelijk zes maanden had kunnen duren, kostte nu maar 45 dagen.

1  |  2  |  volgende

 

Privacyverklaring. © 2008 IDG Nederland. Alle rechten voorbehouden.